Dertig verzen van Vasubandhu

Het doel van de dertig verzen van Vasubandhu:

Het punt van vijñapti-mātra is niet, zoals veel schrijvers beweren, om een theorie van transcendentaal idealisme vast te stellen of om de geest als metafysisch echt te verwezenlijken. Integendeel, het verklaarde doel van de dertig Verzen is het uitdoven van de acht bewustzijns door een 'omverwerping van hun basis' (āśraya-paravṛtti).

Bewustzijn (vijñāna) - dat zodanig 'gesloten' is dat wat een echte, externe wereld lijkt, niets meer is dan geprojecteerde verlangens en voorkeuren van bewustzijn - wordt vervangen door directe, onmiddellijke cognitie (jñāna).

Het pad van vijf stappen leidt je geleidelijk naar deze verlichting die elders in de Yogācāric-geschriften wordt beschreven als de transformatie van de ālaya-vijñāna in de Grote Spiegel wijsheid, die zonder voorkeur, vooringenomenheid, anticipatie of gehechtheid, nauwkeurig alles weergeeft.


De drie naturen theorie:


De 'drie naturen theorie' die in veel Yogācāra-teksten wordt behandeld, waaronder een onafhankelijke verhandeling door Vasubandhu, stelt dat er drie 'naturen' of cognitieve rijken in onze geest spelen.

1. Het door waanvoorstellingen cognitief-geconstrueerde rijk, dat onwerkelijk is en dat hypostatische essenties of 'zelven' voor zichzelf en andere dingen stelt.

2. Het rijk van causale afhankelijkheid dat, wanneer het wordt gemengd met het geconstrueerde rijk, ertoe leidt dat de producten van de stroom van oorzaken en voorwaarden worden aangezien voor vaste, permanente entiteiten.

3. Het perfectionele rijk dat functioneert als Nāgārjuna's 'leegte' om alle sporen van hypostatisch denken en cognitie te verwijderen. Het is een tegengif (pratipakṣa) dat de waanvoorstellingen uit het causale rijk 'zuivert' of 'reinigt'. Wanneer het ontdaan is van alle verontreinigingen, is het 'verlicht'.

Deze zelfnatuur wordt ook wel de drie niet-zelfnatuur genoemd, omdat ze geen vaste, onafhankelijke, permanente identiteiten hebben en daarom niet gehypostatiseerd mogen worden. De eerste is intrinsiek onwerkelijk; de derde intrinsiek 'leeg'; en de tweede (die tenslotte de enige 'echte' is) is van niet-gefixeerde aard omdat hij met een van de andere twee kan worden 'gemengd'.


Bron: Dan Lusthaus - Taal Engels

Vertaling: Edward Bosman